Hond op de foto

Voorbij de vuurtoren van Hollum op Ameland kun je het strand op. Een weids strand waar het eiland in een ruime boog eindigt. We besluiten op deze mooie herfstdag eerst wat te gaan drinken in het strandpaviljoen. Het is druk op het grote terras. De luie zespersoons zitbanken liggen overvol met een bonte verzameling recreanten. De bediening loopt zich het vuur uit de sloffen om iedereen van rosé en bijzondere biertjes te voorzien. De bitterballen zijn niet aan te slepen.
Terwijl we met veel moeite een glas witte wijn proberen te bemachtigen, kijk ik naar de jonge familie schuin tegenover me. Een elfje in een dito jurkje probeert de hond des huizes te fotograferen met de smartphone van haar moeder.
Ze roept steeds wervend de naam van de hond,? terwijl ze op het schermpje kijkt. De hond kijkt alle kanten op maar nooit naar haar. Hij ziet haar niet. Ze draait om hem heen, bukt en kruipt over de grond. Eerst zoekt de hond haar nog, haar stem kent hij goed genoeg. Dan legt hij zich gefrustreerd neer en draait zijn kop weg.
Dat begrijpt het meisje niet, ze hebben een hechte band. De hond raakt in verwarring door het bekende geluid van het lieve meisje, dat hij kent, en de onbekende die schuilgaat achter het scherm dat zij tussen hen inhoudt.
Even later voert ze hem haar gehele, luxe belegde broodje. Een broodje met meerdere lagen en verschillende soorten beleg, bijeengehouden met een houten prikker. De moeder zegt daar overigens niets van, wat ik weer niet snap gezien de prijzen in deze strandtent.

Albar

Zo te zien leeft Alvor, in de Portugese Algarve, geheel van het toerisme. De smalle straat die van het centrum afdaalt naar de vissershaven is in de loop der jaren verworden tot een uitdijend imperium van overmaatse restaurants. Ik herinner me nog van een vorig bezoek dat de was te drogen hing op de balkons van de paar woonhuizen die er toen nog waren. Nu is het een en al restaurant, een bling-bling juwelier met de uitstraling van een Kijkshop, daargelaten.

De oude winkelstraat heeft heeft gelukkig minder geleden. Toeristen en autochtonen mengen zich min of meer. We zitten graag aan een van de drie tafels met houten banken voor cafetaria 'Albar'. Er komt van alles langs. Portugezen en, voor het merendeel, Engelse toeristen. De ober die het terras bedient kent ons en vraagt alleen bevestiging van onze gebruikelijke bestelling.

Een jong paar komt in shorts en T-shirts joggend voorbij. Een Portugese vrouw met een degelijk wollen vest bekijkt het met een blik van: nou ja, die zijn niet goed wijs.
De zaak afficheert zich met gezonde fruit drinks. Op de kaart staat verder alles wat de doorsnee Engelse toerist zich wenst. De hamburgers worden overvloedig bespoten met mayonaise, mosterd en ketchup uit plastic verpakkingen.
De ober heeft een vrolijke benadering van zijn vak en gaat het gesprek met zijn klanten niet uit de weg. Nu staat hij uitgebreid te discussiëren met een buurtgenoot en wanneer ik hem een paar keer wenk geeft hij niet thuis. Wanneer hij eindelijk uitgepraat is neemt hij de bestelling op die vervolgens geruime tijd op zich laat wachten.

Oude dag

Vanuit Alvor, Portugal zijn we naar zee gelopen waar de azuurblauwe rollers van de Atlantische oceaan langzaam oprijzen om dan in schuim gehuld stuk te slaan op het strand.
De terugweg naar het dorp loopt steil omhoog, in de dorpsstraat stoppen we bij een café. Naast ons op het terras zitten twee mannen, een fit ogende veertiger en een wat verlopen type met grijzende baard en een geruïneerd gebit.
Na onze bestelling probeer ik, zoals ik altijd doe, iets op te vangen van hun conversatie. Dat lukt niet, mijn oren willen niet meer wat ik wil en het straatrumoer werkt als stoorzender.
De baardmans heeft al een paar keer mijn kant uit gekeken en ik naar hem. Daarom hef ik maar eens het glas en proost hem toe. Dat valt goed en er moet uitgebreid geklonken worden. Het zijn twee Britten. De jongere man zegt 'je hebt zeker wel gehoord waarover we het hadden'. Na mijn ontkenning volgt een flauwe grap. Een vriend van hem wilde niet trouwen omdat hij opzag tegen de scheiding.
Even later blijkt dat de oudere man al negen jaar in de Algarve woont, eerst zes jaar een in een 'cabin' in Olhão en nu alweer drie jaar op de camping buiten Alvor.
Ik realiseer me dat dit een van de vele Engelsen is die naar Portugal zijn gekomen om hun oude dag in een vriendelijk klimaat door te brengen. Ze kunnen in veel gevallen niet terug omdat hun bezittingen in Portugal niet voldoende opbrengen om in Engeland opnieuw te beginnen. Het mooie weer in de Algarve blijkt vaak toch niet op te wegen tegen de heimwee.
Een dag later zijn we in het naburige Lagos en we lunchen alweer op een terras. Een slonzige vijftiger in korte broek waaronder melkwitte benen uitsteken, blijft bij ons terras staan. Hij slaat een paar akkoorden aan op een gitaar en begint met doordringende stem 'Take me home, countryroads' van John Denver te zingen. Een hoedje met munten heeft hij voor zich op de grond gelegd.

Vertrouwen

Uit de kille nevel doemt een opvallend voertuig op. Het heeft voor mij nooit in het straatbeeld gepast zoals de bakfiets of de scooter. Het ding ziet er vreselijk onhandig uit. Ik bedoel de tweepersoons fiets waarop je naast elkaar zit en niet achter elkaar als op een tandem.
Op het vehikel zit een dik ingepakt stel, vormeloos in hun winterjassen, wanten en hoofddeksels. De enige niet donkergrijze tint is de vaalgele tovenaarshoed van de man.
Ze komen vanuit de stad, rijden over de Zuidergrachtsbrug en slaan linksaf. Dat is nogal een manoeuvre, het gaat daar met een haarspeldbocht behoorlijk steil naar beneden. Zonder in te houden gooit de bestuurder van de fietscombinatie het stuur om waarna hij het voorwiel met een elegante beweging weer de andere kant op stuurt.
Ik schrijf 'hij' omdat ik de man met de gele hoed aan het stuur vermoed, het kan natuurlijk ook andersom zijn. Intussen maken ze snelheid en vervolgen hun weg langs de kade.
Eén van beiden zal wel een evenwichtsstoornis hebben. Daarom rijden ze op zo'n fiets, veilig en gezellig als thuis op de bank. Hoe zou de niet sturende passagier de slalom van daarnet ervaren hebben? Zo schuifel je nog achter de rollator en ineens zit je in een achtbaan.
De bestuurder is je partner die van deze ouderdomskwaal geen last heeft. Hij voelt zich nog zo zeker dat hij er met plezier een snelle passage uitgooit. Ik kijk ze na, een grijze berg met een gele hoed op een onmogelijk voertuig.

Kerstwens

De daklozenkrant verkoper voor de supermarkt is vandaag verkleed als kerstman. Hij draagt een glimmend rode puntmuts en een dito kerstmannen cape over zijn normale outfit. Zijn tengere gestalte en donker baardje passen er niet helemaal bij. Het is een man uit de Maghreb, Islamitisch Noord-Afrika, tenminste dat neem ik aan gezien zijn uiterlijk. Wel goed geïntegreerd, bedenk ik, hij heeft begrepen hoe hij zijn product het beste aan de man kan brengen.
Hij ziet er altijd netjes, wat kleurloos uit, in een degelijk, grijsbruin jack en spijkerbroek. Meestal begroet hij iedereen vriendelijk, met de woorden: 'goedemorgen/middag, de daklozenkrant alstublieft.' Dat gaat op een overdreven flemerige toon alsof hij aanneemt dat je zijn krant niet toch niet zal kopen.
Ik doe dat ook maar zelden omdat ik hem iedere dag vaak meerdere malen tegenkom. Een gemoedelijke man overigens die met menig voorbijganger een praatje maakt.
Vandaag heeft hij de begroeting voor de gelegenheid aangepast: 'gelukkig kerstfeest, insjallah'. Dat hakt er in. Gelukkig kerstfeest, als Allah dat wil. Deze wens is zo vlak na de tragische gebeurtenis op de kerstmarkt in Berlijn, waarbij een vrachtwagen bestuurd door een moslim extremist op het publiek inreed met twaalf doden en negenveertig gewonden als gevolg, wel bijzonder ongelukkig gekozen.
Hij zal er niets kwaads mee bedoelen. Hij probeert alleen maar door zijn vriendelijkheid thuis te raken in deze voor hem vreemde wereld.

Koat

De bel gaat. Voor de deur staat een vrouw in een ruimvallend jack waarvan de onderste helft bevolkt wordt door een menigte katten. De applicaties zijn niet onverdienstelijk aangebracht.
Haar kordate openingszin luidt: 'de buurvrouw is niet thuis.' Ze kijkt me daarbij niet aan maar tuurt naar een onbestemde plek achter me in de gang. Voordat ik een gepast antwoord heb bedacht, vervolgt ze: 'die heeft toch zo'n mooie Siamese koat.'
'Ja,' beaam ik. Hoewel mooi, nou ja, daar zal ik maar niet aan tornen.
Ze vervolgt: 'Die heb ik nog eens gevonden in Wirdum. En toen heb ik een foto gemaakt en toen zei een buurvrouw, dat lijkt wel die koat waarvan een foto in Harlingen aan een boom hangt. Toen heb ik hem hier gebracht. Ik wilde eens vragen hoe het beestje het maakt.'
Ik leg uit dat de buurvrouw waarschijnlijk aan het werk is. 'En hoe laat komt ze dan thuis?' 'Ze heeft onregelmatig werk,' zeg ik, 'soms is ze de hele dag thuis, soms is ze een paar dagen weg.'
'En wie zorgt er dan voor die koat? ' Ze blijft trouw aan haar onderwerp, dat moet ik haar nageven. Ik antwoord dat ik dat niet weet. Het levert me een wantrouwige blik op, nog versterkt door al die poezen die me ineens aanstaren alsof ik een asociaal type ben.
Ze begrijpt dat ze van mij niet meer te verwachten heeft en trekt haar fiets van de pui. Een oerdegelijk damesrijwiel met even degelijke canvas fietstassen waarop ze kennelijk uit Wirdum is gekomen.