Ergernis

Ik loop in Albert Heijn naar de snelkassa om een pak melk en een ontbijtkoek af te rekenen. Voor mij is een nogal gezette vrouw bezig haar overvolle boodschappenmand op de balie uit te stallen. Veel meer dan de tien aankopen die als maximum aangegeven staan. De jonge caissière zegt er niets van, ze heeft kennelijk de opdracht niet moeilijk te doen als het niet druk is. Wanneer ik aansluit valt me nog iets op. Dit is, zo schat ik in, een klant type twee. Type één is voor mij de klant die gewoon afrekent en zo snel mogelijk weer buiten wil staan. Type twee start eerst onderhandelingen of een kletspraatje alvorens te betalen.
Ik wacht rustig af er is toch niets aan te doen. Dan ben ik aan de beurt terwijl de vrouw tergend langzaam haar portemonnaie opbergt en omstandig haar boodschappen in een tas laadt. De caissière vraagt of ik een bonuskaart heb. Voordat ik kan antwoorden zegt de vrouw: 'ik heb er wel één voor u.'
'Ik heb er zelf ook één,' repliceer ik.
't Is anders vriendelijk bedoeld hoor. Daar heb ik nou zo'n hekel aan, aan dat botte Nederlandse gedrag. Ik heb over de hele wereld gereisd en nergens zijn ze zo bot als hier.'
Ik kijk de kassajuffrouw aan die keurig neutraal blijft. Ze zegt: 'wilt u de kassabon ook mee?' 'Nee, dank u,' en ik loop geërgerd weg. Ze roept me terug. Mijn pinpas steekt verloren uit het apparaat. 'Je kunt maar beter vriendelijk zijn,' krijg ik nog toegevoegd door dat mens.

Spraakverwarring

Op maandagmorgen zie ik in de buurt van mijn huis een excentriek geklede vrouw mijn kant opkomen. Veelkleurig hoofddeksel en een bonte verzameling shawls gedrapeerd over een lange jas. Ze spreekt me aan in een onbekende taal.
Nee, ik meen nu toch een paar Duitse woorden te herkennen. Nooit te beroerd om een vreemdeling de weg te wijzen blijf ik staan.
'Was suchen Sie?' Weer wat Duits gemengd met iets Oost-Europees. Dat laatste komt meer door haar uiterlijk dan dat ik de taal herken. Dan meen ik het woord 'Underground' te verstaan.
'Suchen Sie das Bahnhof?'
Station Harlingen-Haven ligt hier om de hoek. Ik maak aanstalten om het haar te wijzen.
'No, no Bahnhof', en dan weer iets onverstaanbaars.
'Do you speak English?' Ze knikt bevestigend.
"Do you look for the ferry to Terschelling?' Dat is een andere vraag die me nogal eens wordt gesteld.
'No, somewhere to buy drink.'
'You are looking for a liquor store?'
'Yes.' Ze klaart er helemaal van op.
Ik moet even nadenken, waar kun je in Harlingen sterke drank kopen. Niet bij Albert Heijn en niet in de Voorstraat. Dan weet ik het.
'It is a ten minutes walk.'
'No, by car.'
'O.K. that's easy.' Ik leg haar uit hoe ze bij de Jumbo en slijterij Mitra kan komen. Ze bedankt me en ik loop door. Maar die is maandagochtend niet open, bedenk ik. Ze is al vertrokken en misschien zocht ze toch gewoon een café voor een kop koffie.

De zeven steegjes

Midden jaren zestig werkte ik in Utrecht. Het instituut was gehuisvest in een versleten universiteitsgebouw aan het Sterrenbos. Een grootse naam voor een zijstraat van de Catharijnesingel, toen nog in haar oude, statige vorm. Aan de overkant van de singel staat de Westerkerk. Daarnaast ligt een armoedig buurtje dat de zeven steegjes wordt genoemd. Het is een voorbeeld van een vroeg sociaal woningbouwproject, de bouw begon in 1842.
De kleine huizen zijn aan de achterkant gescheiden door piepkleine plaatsjes. De straten zelf zijn in verhouding tamelijk breed. In het midden stonden vroeger per twee tegenover elkaar liggende woningen een privaat met tonnen. Die privaten waren er in mijn tijd niet meer.
Tussen de middag liep ik er wel eens doorheen en verbaasde me over de bijzondere gemeenschap. Er woonde van allerlei volk, een bekende bloemenman die altijd op een vaste plek in de stad te vinden was en naar verluidt een dompteur die met leeuwen werkte.
Ook woonde er een vrouw die papegaaien los in haar huis liet rondvliegen. Met haar maakte ik weleens een praatje. Op een keer wilde ze me iets laten zien in de straat erachter. Ze troonde me mee door het huis van de achterburen naar de volgende straat. Dat deed iedereen hier. Omlopen, waarom zou je?
In die buurt maakte ik deze foto. Een meisje doet een spelletje met wat buurtgenootjes. De jongen is daar wat te groot voor, dat voelt hij zelf ook wel. Hij komt erbij staan omdat hij ook op de foto wil.

My Image

Tante Toos

Na een metalige klik van de brievenbus loopt de heer des huizes naar de gang, een enveloppe ligt op de deurmat. Hij raapt de brief op en kijkt wat misprijzend naar de afzender. Een notariskantoor op Terschelling, of all places.
Hij scheurt de enveloppe open en leest: Hierbij nodig ik u uit om bij de voorlezing van het testament van Mw. T. Evenblij aanwezig te zijn. Volgens ons onderzoek bent u de laatste nog in leven zijnde bloedverwant.
Tante Toos stond hem nog vaag voor de geest. In zijn jonge jaren had hij er eens gelogeerd. Nou, daar begin ik niet aan, veel geld zal ze niet nagelaten hebben. Met de auto over de afsluitdijk is het minstens twee uur en dan nog eens eindeloos op zo'n veerboot. Later bedacht hij, het was eigenlijk wel een groot huis met uitzicht op zee. Wat zou dat nu waard zijn?
De notaris antwoordt op zijn vraag naar de waarde van het huis dat hij geen mededelingen over de telefoon doet. Als u niet wilt komen, kunt u het legaat weigeren. Eventuele schulden zullen dan niet op u verhaald worden.
Nou ja, dan moet ik er toch maar heen.
Na aankomst besluit hij langs het huis te lopen om een indruk te krijgen. Hij herkent onmiddellijk de afgebladderde, witgeschilderde gevel en de tuin met wijd uitwaaierende kastanjebomen.
Alles komt boven. Tante Toos, het strand, de frisse wind en de uitgelaten jonge hond. Het eten in de gezellige keuken verwarmd door het grote AGA fornuis.
Het besef overrompelt hem. Hier wil ik de rest van mijn leven wonen.

Spekkoper

'Wist u dat de meeste mensen twee hoortoestellen nodig hebben in plaats van één?' vraagt een beschaafde herenstem in een TV reclame van de firma 'Beter Horen'. Vanzelfsprekend is dat geheel gratis. Nu ja, het wordt vergoed door de verzekering, dat regelen we voor u. De verzekering vindt wel weer een manier om dat op ons allen te verhalen, maar het klinkt aanlokkelijk.
Ik hoor de afdeling marketing bijna denken, waarom eigenlijk geen drie toestellen, dat zou nog meer opleveren. In een brainstormsessie stelt één van hen de vraag: met wat voor argumenten kunnen we dat verkopen? Met een nog completer geluidsbeeld suggereert een van hen. En waar moet ik me dat extra toestel dan voorstellen. Op het voorhoofd is de beste plaats, dan kunnen we er nog een betere ruimtelijke oriëntatie aan toevoegen.
Dan moeten het er eigenlijk twee worden om het stereobeeld te verbeteren, suggereert een ander. En hoe krijgen we mensen zo gek om met twee hoortoestellen op hun voorhoofd te gaan lopen? De afdeling productdesign stelt voor om ze in een petje te verwerken met een subtiele opdruk van 'Beter Horen'. Het petje moet dan wel gratis zijn, of aanvankelijk juist duur om het als iets exclusiefs in de markt te kunnen zetten. Nu ja, dat is van later zorg.
Ze gaan allemaal driftig aan het werk. De copywriter stort zich op de tekstverwerker, de productdesigner start zijn 3D ontwerpprogramma. Koortsachtig beginnen ze een presentatie voor te bereiden. Het management moet overtuigd worden van de levensvatbaarheid van het concept.
Als we er een hype van weten te maken, zijn we spekkoper.

Tatoeage

Op een warme, broeierige dag in juli wandel ik door de winkelstraat van Harlingen. De platanen staan volop in blad en overschaduwen de straat. Als ik op vakantie in het buitenland was dan dacht ik: wat een aardig stadje met zo'n mooie allee en al die statige, oude huizen langs het water. Nu, dat denken een heleboel buitenlanders ook, de terrassen zitten vol lome toeristen. Behalve Duits hoor ik Frans en nog andere talen die ik niet direct thuis kan brengen.
Ik passeer de HEMA en bij het eerstvolgende terras strijkt mijn blik langs de onbedekte rug van een vrouw. Witte bh-bandjes doorkruisen de weelderige bloemenpracht van haar tatoeages. Dan valt me iets op: de bloemenranken vormen een kader om een reeks getallen.
Het is geen telefoonnummer, te weinig cijfers. Het zal zeker niet haar verjaardag zijn. En als je iets beslist niet wilt vergeten dan is je rug niet de meest handige plek om het te noteren. Dichterbij gekomen blijken het twee data te zijn waarvan ik de bovenste kan lezen. 16-03-07. De man tegenover haar kijkt me nu wel erg nadrukkelijk aan.
Ik loop daarom rustig door en overweeg wat dit kan betekenen. Hun trouwdag? En wat betekend die andere datum dan? Zijn het misschien de geboortedata van haar kinderen ? Ik kijk om en naast haar zit een meisje dat heel goed negen kan zijn. Dan zie ik dat de man een jonger kind op schoot heeft.
Juist ja.

Moslim

De betonnen trappen die van de Havenweg in Harlingen naar de Keermuur leiden, buigen zich met een elegante boog over de spoorlijn heen. Op het hoogste punt aangekomen kijk ik uit over de haven en de Waddenzee.
In de verte zie ik twee schepen die ik niet kan thuisbrengen. Wat later begrijp ik dat het gaat om het voor- en achterschip van hetzelfde vaartuig, een coaster. Ze is zo zwaar beladen dat het middenschip oplost in het grijs van de zee.
In het havenbekken liggen een aantal zeilcharters en een bonkig werkschip. De laatste heeft een stuurhut op poten met ter weerszijden twee gespierde, hydraulische hefwerktuigen. De kranen staan in een stand waardoor het beeld doet denken aan een triomferende bokser.
Dichterbij op het haventerrein is de Willem Barentsz werf te zien. Daar wordt een replica gebouwd van het schip waarmee Barentsz de noordelijke doorvaart naar China trachtte te vinden. Je gelooft je ogen niet als je bedenkt dat 28 mannen dachten met dit scheepje van ongeveer 25 meter lengte de poolzee te kunnen bedwingen. Wanneer ik dit alles in mij heb opgenomen, richt ik de blik naar beneden om verder te gaan. Daar staat een man in een blauw overhemd met een kleurige stropdas. Hij is bezig zich van zijn colbertjasje te ontdoen.
Terwijl ik de trap afdaal, spreidt hij het colbert zorgvuldig uit over het beton. Vervolgens knielt hij neer en buigt zich voorover richting het oosten tot zijn hoofd de grond raakt.

Meloenentiller

Wanneer ik Albert Heijn binnenga om wat appels te kopen, stuit ik op een uitstalling van watermeloenen. Er staan twee jongemannen bij gekleed in spijkerbroeken en spierwitte T-shirts. Eén man pakt de ene na de andere meloen, tilt hem tot ooghoogte op en drukt met een krachtig gebaar de vrucht samen tussen zijn handpalmen. Hij voelt of ze al rijp zijn, denk ik. Of hij wil zijn spierballen tonen die zijn hemd doen spannen.
Met de zak appels loop ik naar de snelkassa; die is gesloten en ik sluit aan in de rij voor een andere kassa. Voor me staat een vrouw met een volle wagen die nog niet aan de beurt is. Ik moet dus even wachten.
Dat geeft me de tijd om te reflecteren op wat ik gezien heb.
De man die ik net heb beschreven was geen Nederlander, misschien iemand uit Oost-Europa. Macho gedrag komt overal voor en soms, in een niet-aggressieve vorm, heeft het ook wel wat.
De vrouw voor me is klaar. Dat wil zeggen dat ze na betaling nog heel wat tijd nodig heeft om haar portemonnaie op te bergen en de boodschappen in haar kar te doen.
Wat ook niet opschiet is de jongen achter de kassa. Een bleekneusje. Hij weegt de appels zorgvuldig af. Wanneer ik mijn pinbetaling heb gedaan zegt hij iets onverstaanbaars. Ik buig mij voorover en vraag: 'Wat zeg je?' 'Wilt u de kassabon meenemen meneer?' fluistert hij nogmaals.
Ik verlaat de winkel tegelijk met de meloenentiller, hij heeft brood, paprika's, uien en knoflook in zijn winkelkar.
Geen meloen.

Stratenmaker

In de Volkskrant lees ik een artikel over vroegpensioen voor mensen met een zwaar beroep. Volgens een onderzoeker lopen mensen in zulke banen op latere leeftijd dikwijls lichamelijke schade op. Zij overlijden ook vaak jonger. Hij heeft een lijst opgesteld: 'de fysiek zwaarste beroepen zijn: metselaar, timmerman, postsorteerder, bakker en verpleger.'
En stratenmaker dan, dat lijkt me erg zwaar werk. Op je knieën liggen en met gebogen rug zware stenen tillen en precies op hun plaats leggen.
Vanaf de keermuur langs de Nieuwe Willemshaven in Harlingen kijk ik uit over een zandvlakte waarover duizenden straatklinkers ordeloos zijn uitgestort. De open ruimte wordt begrensd door de loodsen van Houtimport Hubert Jans en de keermuur. Tot voor kort bestond het uit een weg en een slordig grasveld. Nu moet het een multifunctionele strip worden met parkeergelegenheid voor 160 auto's en plaats bieden aan evenementen.
Op het smalste gedeelte links van mij liggen een drietal stratenmakers op hun knieën deze steenwoestijn te bewerken tot een strak visgraatpatroon. Rechts van me kan ik het eind van de uitwaaierende vlakte niet zien. Ik zou er moedeloos van worden als ik bedenk wat ze nog voor zich hebben.
Ze werken stug door en hanteren de klinkers alsof het broodjes zijn. Aan de trottoirband slaan ze er met een kaphamer stukken af om ze passend te maken langs de rand. Eén klap is voldoende.
Ordenend bezig zijn vind ik over het algemeen bevredigend werk. Ik hoop dat de stratenmakers er ook zo over denken.

Horloge

Het is nog niet zo eenvoudig om je het begrip 'tijd' voor te stellen. Afgezien van herinneringen en verwachtingen, wat afgeleide begrippen zijn, kan ik niet bevatten hoe de tijd voortschrijdt. Of moet ik zeggen hoe ik mij door de tijd beweeg?
Het komt bij me op omdat we op weg zijn naar een restaurateur van antieke klokken. Hij heeft ooit het fraaie designhorloge van mijn vrouw ontdaan van een waardeloos veer-uurwerk en er een Swatch klokje in gemonteerd. Ze kreeg het bij de geboorte van onze dochter en het markeert een belangrijke periode in ons leven. Het horloge heeft meer dan vijfendertig jaar onberispelijk gefunctioneerd maar is er onlangs mee gestopt.
De klokkemaker woont en werkt tegenwoordig op het platteland. Als we zijn woonstee hebben gevonden, blijkt in een bijgebouw op het erf zich een werkplaats te bevinden. We treden binnen in een wondere wereld van uurwerken in alle soorten en maten. Ze hangen dicht opeengepakt aan de wanden in rijen boven en onder elkaar.
Hij herinnert zich het horloge nog en de omstandigheden waarin we hem ontmoetten. Ik vertel hem dat er waarschijnlijk een nieuwe batterij in moet, maar de juwelier in Harlingen kreeg het uurwerk niet open.
Hij zet zich aan het werk en zegt: 'dat horloge gaat open, dat beloof ik je.' Intussen kijk ik nog eens om me heen en bedenk dat de tijd zich in cirkels beweegt. Alle wijzerplaten bewijzen het, de tijd kent geen begin en geen einde. We komen zonder inspraak in deze mallemolen terecht en verlaten hem op dezelfde voorwaarden.
Het horloge doet het overigens na afloop weer als vanouds.

Lasse

Onze schoonzoon beschreef me eens het ontwaken van Lasse, ruim één jaar oud. Hij kan sinds kort lopen. Ze wonen in een woonwagen terwijl ze bezig zijn hun huis te renoveren.
Lasse klimt uit bed, duwt de buitendeur open en blijft een poosje in de deuropening staan. Hij overziet het grasveld, de struiken en de schuurtjes in de omgeving. Dit is zijn wereld, hier is hij thuis.
Het idyllische moment vindt ergens in zijn onderbewustzijn een plaats. Hij zal het zich niet herinneren, maar ik ben ervan overtuigd dat het een belangrijk gebeurtenis is in zijn ontwikkeling. Het gaat om zijn eerste autonome waarnemingen. Zijn ouders zijn nog niet opgestaan, daarna bepalen zij het ritme van de dag.
Een aantal maanden later vieren we zijn tweede verjaardag. We zitten voor de woonwagen op het pas gemaaide gras. Het is Hollands weer, veranderlijk dus. Het ene moment schijnt de zon, daarna kan het regenen of stormen. Lasse maakt het niet uit, hij is het middelpunt van de belangstelling en draaft op gele klompjes rond.
Nadat hij een waterpistool heeft uitgeprobeerd op beppe gaan ze samen wandelen. Hij houdt haar stevig bij een vinger vast en leidt haar rond in de alternatieve wereld van de ADM werf aan het Noordzee kanaal.
Als ze terug zijn neem ik hem mee. Ik bied mijn pink aan, die hij stevig omklemt en geeft nogmaals een rondleiding. Hij is echt mijn gids en probeert niet te ontsnappen. Trekker, auto en nog een aantal onbenoembare dingen wijst hij aan.
Binnenkort zal hij hier weggaan en hij zal het missen.

Brul

Op weg naar de HEMA steek ik de De Grote Brede Plaats in Harlingen over. Het is eind april en de horeca is bezig terrassen op te bouwen.
De Brede Plaats is een wandelgebied waar aan twee zijden eenrichtingsverkeer-stroken voor auto's zijn opengehouden. Ik loop op de strook die van de binnenstad komt.
Een dikke 4-wheel drive komt me tegemoet. Kennelijk ga ik niet snel genoeg aan de kant volgens de bestuurder. Hij geeft flink gas terwijl hij langs me heen dendert.
De auto is uitgevoerd als pick-up truck. Dat heeft tot gevolg dat er plaats is voor drie passagiers en verder bevat het een laadbak. Dat zijn handige auto's als je bijvoorbeeld een hoveniersbedrijf hebt. Maaimachines en ander zwaar gereedschap kunnen gemakkelijk meegenomen worden.
Dit glimmende zwarte monster heeft een smetteloos kofferdeksel in de dezelfde kleur. Dat moet er eerst vanaf voor je de laadbak kunt gebruiken. Ik denk dat het zelden of nooit gebeurt.
De auto is bedoeld om te imponeren en als je je niet onder de indruk toont, bruist de adrenaline op bij de eigenaar. Het is archaïsch gedrag, zeker als je aan de toekomst denkt met elektrische en zelfsturende auto's. De man in de pick-up truck is hopeloos achterop geraakt en ik denk dat hij dat, gezien zijn onbehouwen gedrag, ook wel aanvoelt. Het is alleen nog niet helemaal tot hem doorgedrongen.
Mijn belager van daarnet scheurt weer langs, nu al voor de tweede keer. Zijn aan obesitas leidende automobiel geeft een machteloze brul als hij de hoek omgaat en uit het zicht verdwijnt.

Olhos d'Agua

In de afrastering van de tuin achter ons vakantie appartement zit een hek, daarachter loopt een pad steil naar beneden. Terwijl ik op het hek toeloop doemen achtereenvolgens de hoofden van zes mensen op. Ze proberen tevergeefs de grendel van het hek te vinden die aan mijn kant zit. Ik zwaai het hek open en zeg: 'Come in.' De kans dat het Engelsen zijn is groot. Ze bedanken me een voor een met Britse beleefdheid en de laatste zegt: 'Love you.' wat ook wel weer erg Engels is.
Ik daal het pad af tot ik aan zigzaggende houten trappen kom. Daar blijf ik staan en kijk om me heen. Iets naar het oosten ligt het dorp, daarachter is de falaisekust rood gekleurd met spierwitte kalkformaties aan de voet waardoor er vlammen uit zee lijken te lekken.
Naar het westen kun je niet zover kijken door de vele kronkels en hoogteverschillen. Ik besluit die kant op te gaan. In de rotsen zitten grillige tunnels en gaten. Sommige bevatten poelen inktzwart water dat afsteekt tegen de roodbruin gekleurde wanden. Bovenlangs vormen naaldbomen met wijd uitwaaierende kruinen een rij parasols.
Wanneer ik teruggekeerd ben bij de trappen besluit ik naar beneden te gaan. Het is eb en via een in de rotsen uitgehouwen trap kun je op het strand komen. Een drietal Portugese jongens ligt te kletsen in een krater die door een tunnel is verbonden met het strand. Straks zal het water hier weer omhoog spuiten. Uit gaten in de rotswand vliegen oeverzwaluwen en duiven op.
Ik passeer een echtpaar met kinderen die als apen een rotsblok bevolken. Wanneer ik voorbij loop, hoor ik de man verzuchten: ‘this is heaven.'

Contactloos

Albert Heijn is naast de deur en bijna altijd open. Ik kom er regelmatig. Op een doordeweekse dag haal ik om een uur of negen een pak melk. Het is rustig in de winkel. Ik passeer de rij kassa's en zie dat een treurig ogende caissière niets te doen heeft. Ze helpt me weleens, ik ken haar van gezicht.
Ik ga naar haar toe en zeg impulsief 'U zit daar zo eenzaam, ik zal maar bij u afrekenen.' De vrouw kijkt me verbijsterd aan en zegt niets terug. Ik pin mijn boodschap en ze zegt automatisch: 'Nog een prettige dag verder'. Er verschijnt nog lange tijd een verwonderde blik op haar gezicht wanneer we elkaar weer eens treffen.
Lang geleden, in de jaren zestig, legde een docent mij het begrip instrumentele relaties uit. Hij nam de lokettiste op het station als voorbeeld. Door een rozet met gaatjes in het glas tussen haar en de reiziger was alleen een beperkt, zakelijk contact mogelijk. Nu kopen we kaartjes bij een automaat of we hebben een OV-kaart die zich tegoed doet aan je bankrekening. In het snel afnemende aantal bakstenen winkels hier in Harlingen is er soms nog wel tijd voor een praatje. Binnenkort zal dat een anachronisme zijn.
Ik snap achteraf die Albert Hein kassajuffrouw wel. Zo iets persoonlijks als eenzaam hoort in de instrumentele conversatie niet thuis. Dergelijke incidenten komen binnenkort ook niet meer voor. De klant scant zelf zijn producten en wuift met zijn smartphone naar een kastje. Contactloos betalen heet dat.

Perron

Op het Harlinger station begeef ik me naar de automaat die dankzij haar functionaliteit de loketten overbodig heeft gemaakt. Voor het gele gevaarte zit een man in een elektrische rolstoel naar het scherm te turen. Dat valt niet mee omdat de laagstaande zon het lezen bemoeilijkt.
Ik stel me op gepaste afstand achter hem op. Hij draait zich om en wenkt dat ik wel voor mag gaan. 'Ik snap er toch niks van.' mompelt hij.
Dat doe ik, het is zo gepiept.
Als ik klaar ben zit de man er nog. Een tanige gestalte met een stoppelbaard die niet door de mode is ingegeven. Een cowboy op een signaalrood gekleurd elektromobiel.
Ik stel me zo op dat mijn schaduw over het scherm valt. Hij gromt: 'Ik heb in geen honderd jaar met de trein gereisd.' Een OV jaarkaart ontbreekt en hij probeert het ding een kaartje te ontfutselen.
Uit het menu aan de linkerkant kun je een aantal keuzes maken; eerste of tweede klas - bestemming - enkele reis of retour enzovoort. Moeizaam bereikt hij zijn doel en dan doemt er een probleem op dat ik herken. Als je een digitale keuze hebt gemaakt dan moet je die bevestigen. Simpel voor iedereen die ermee vertrouwd is, onbegrijpelijk voor anderen.
Ik wijs hem op het blauwe vlakje 'OK' rechts bovenin het scherm dat hij moet aanraken. Nu nog betalen, met de pinpas gaat hem dat goed af. Het kaartje bevat de mededeling dat in- en uitchecken vereist is.
Als ik op het tweede perron sta te wachten zie ik hem plotseling hard wegrijden en abrupt weer stoppen. Hij doet handschoenen aan en vertrekt.

Gratis

Mijn blik blijft hangen aan 'Sieb's Oliebollenkraam' die voor de Jumbo staat. Op de zijkant is zwart op wit de aanbeveling te lezen: 'Lekker hoor'.
Hé, dat is bijzonder! Nu eens niet: 'Met goud bekroond' of 'Met extra poedersuiker' of 'Tweede oliebol GRATIS' Alleen maar 'Lekker hoor'.
Dat zullen wel puike oliebollen zijn.
Gek word ik ervan.
Gratis - GratiZ.nl - Elke dag nieuwe gratis producten, gratis ... Gamma, op alle producten 10% korting. Adidas heren Outlet | Sale tot wel -50%
De prijs van een auto wordt niet vermeld, alleen dat je er gratis voor vijfhonderd of tweeduizend euro extra gadgets bij krijgt. De benzine is bij deze pomp zeventien eurocent goedkoper, maar hoeveel hij kost kom je niet te weten. En verder is alles GRATIS!
Waarom zou je nog werken als alles gratis is? Omdat het niet waar is, er zit altijd een addertje onder het gras. Of een wurgslang als je met de verkeerde aanbieder van het ware geluk in zee gaat.
Een bank bijvoorbeeld, die je in plaats van een hypotheek een financieel product aansmeert. Het verschil wordt je na verloop van tijd pijnlijk duidelijk.
Het is van alle tijden: 'De mens wil bedrogen worden.' Maar willen we dat de godganse dag, zonder een moment van rust?
'Ik ga toch niet teveel betalen. Ik ben toch niet gek?', gilt de Mediamarkt me met alle beschikbare media toe. Helaas, we zijn wel goed gek dat we deze diarree van bedrieglijke onzin accepteren.
Koop een oliebol bij Sieb's. 'Lekker hoor'

IJzel

Het begon op een maandagavond. Het KNMI gaf code rood af voor heel Noord-Nederland. Dinsdag bleven de scholen dicht en mensen gingen niet naar hun werk. De eerste dag reden zelfs de bussen niet.
Het duurde even voor het tot me doordrong dat de wereld veranderd was. Er kwam nauwelijks autoverkeer langs de Havenweg die doorgaans redelijk druk is. Voetgangers waagden zich niet op straat, het was spiegelglad. De roerloze buitenwereld drong door tot in ons huis en dompelde het in een bevreemdende stilte.
Wat ik nog meekreeg in die drie dagen ging vooral over een zending van een internetwinkel. Op maandag had ik er wat spullen besteld. Postnl liet mij door middel van 'Track en trace' zien hoe het pakket van de verzender, via het sorteercentrum en de bezorger naderbij kwam. Dinsdag tussen 09.30 en 13.30 u. diende ik thuis te zijn om het pakket in ontvangst te nemen.
Thuisblijven vormde geen probleem. Dat het pakket niet arriveerde, verbaasde me ook niet. Woensdag was de bezorger nog steeds onderweg. Dat leek me sterk, maar toen ik later op de dag nog eens keek bleek het pakje weer teruggekeerd in het sorteercentrum. Daar bleef het gelukkig de hele spekgladde donderdag.
Donderdagavond begon het te dooien en te regenen. Grote ijsklompen lieten los van het pannendak en roffelden naar beneden. Ze tuimelden over de dakgoot naar de straat waar godzijdank nog niemand zich buiten waagde. Na deze luidruchtige finale kwam de wereld vrijdag weer op gang.

Armoe

Begin jaren '50 verhuisden we van Scheveningen naar Leiden. Ik was toen tien jaar. We betrokken een huis aan het Plantsoen, een park in Engelse landschapsstijl. Aan de slingerende straat stonden hoge herenhuizen strak tegen elkaar.
Vanaf de zolderverdieping kon ik door een dakraam de buurt erachter zien. Ik keek van een flinke hoogte op de kleine huizen neer. Het was een volksbuurt die bekend stond als 'De Demping'. De naam kwam van enkele gedempte grachtjes, de eerste, tweede en derde Binnenvestgracht. Dat zullen open riolen zijn geweest.
Wat ik daar zag maakte me voor het eerst bewust dat er zoiets als armoede bestond. In die tijd werden daar nog kinderen in hun kleding ingenaaid voor de winter. In de zomer verschenen er in de straatjes platte handkarren vol tuinbonen en andere peulvruchten. Buiten op straat dopten de bewoners ze voor de conservenfabriek 'De Sleutelstad'. Iedereen werkte mee, ook de kinderen. Er werd sowieso veel op straat geleefd.
De gemeente besloot dat deze huizen plat moesten, ze werden onbewoonbaar verklaard. Dat ging niet zonder slag of stoot. De meeste bewoners verdwenen pas als de slopers aan het buurhuis begonnen en enkelen verdomden zelfs dat. Dan werd er gescholden en gevloekt.
Op een ochtend keek ik door het dakraam en zag dat van een huis de pannen van het dak waren gesloopt. Op de zolder lagen een paar strozakken, het stro puilde uit de blauw gestreepte katoenen zakken. Een paar voddige dekens lagen ernaast.
De dag ervoor stond de bewoonster nog voor haar huis te kletsen met een buurvrouw.

© Allaard Hidding 2016